Blog

Waarom vermogensaanwasdeling geen goed idee is

Geschreven door Anne Veenman | donderdag 3 mei 2018

Mirjam de Rijk geeft als een van de oplossingen voor de groeiende kloof tussen arbeid en kapitaal een herinvoering van de vermogensaanwasdelingswet (VAD). Dit is in de 70'er jaren jammerlijk mislukt en ook nu geen goed plan, volgens SNPI. Er zijn betere alternatieven.

Mirjam de Rijk beschrijft in een artikel in de Groene Amsterdammer dat het bedrijfsleven zich hevig verzette tegen het idee uit het kabinet Den Uyl (1973-1978) om vermogensaanwas te delen (VAD), zodat er uiteindelijk niets van kwam. Zij blijft gecharmeerd van het idee om bedrijven te dwingen hun overwinsten af te staan aan werknemers en ziet “de goeie ouwe vermogensaanwasdeling” ook nu als een oplossing om de verder gegroeide kloof tussen arbeid en kapitaal te overbruggen. Maar is dit plan destijds alleen mislukt door verzet van ‘het kapitaal’ alleen? We nemen een kijkje in de geschiedenis.

Terugblik

Destijds minister van Sociale Zaken Jaap Boersma en ontwerper van de wet zegt later zelf in een terugblik op zijn carrière: “het slechtste wetsvoorstel wat ik ooit gemaakt heb” en “als er ergens sprake van illusie was, dan was het wel hier”. Jaap Boersma was echter niet de bedenker van het plan voor vermogensaanwasdeling. Dit was ene dr. F. Slooff, die in 1965 een onderzoek op het gebied van vermogensaanwasdeling uitvoerde voor het Centraal Planbureau. In het Leidsch Dagblad neemt ook hij later (in 1975) afstand van zijn geesteskind, terwijl de discussie nog in volle gang is. In het artikel concludeert hij dat het verdelen van de overwinst via participatie binnen een enkel bedrijf d vele malen efficiënter is dan de VAD, waarbij de overwinst van bedrijven via een nationaal systeem verdeeld wordt.

Het kan beter

Ook SNPI pleit voor een vorm van deling in de ondernemingen op de schaal van individuele bedrijven, zeker niet via een vermogensaanwasdeling 2.0. Wat waren precies de problemen met het oorspronkelijke VAD voorstel?

Probleem 1: Wat is aanwas?

Bij de vermogensaanwasdeling betaalden alle bedrijven een percentage van de “vermogensaanwas” aan een fonds. Ten eerste rees de vraag: wat is vermogensaanwas? Is dit een gedeelte van de winst, of een gedeelte van de overwinst? Ook binnen de Kamer was veel verwarring over wat nu precies deze overwinst inhield.

Probleem 2: definitie, bestemming en organisatie van het fonds?

In de jaren ’70 was veel discussie over wie dan precies uit dit fonds betaald werd. Zou dit fonds ook moeten voorzien in de ouderdomsvoorziening? En hoe zou dit fonds, wat een enorme administratieve klus zou worden, beheerd worden? Dit zou de oprichting van een soort tweede Belastingdienst vereisen.

Probleem 3: Kennis en zeggenschap delen?

Ten derde: de doelstelling van Den Uyl was het verdelen van macht, kennis én inkomen. De vermogensaanwasdeling tracht wel inkomen anders te verdelen, maar nog niet macht en kennis. Dit werd apart geregeld in de WOR, de Wet op de Ondernemingsraad, die zeker wel is gerealiseerd. Nu, in 2018, neemt de invloed en de populariteit van Ondernemingsraden steeds sterker af. Een nieuwe vorm van vermogensaanwasdeling zou dus aangevuld moeten worden met een nieuwe vorm van zeggenschap in het bedrijf.

Oplossing van SNPI

Omdat de praktische bezwaren uit het verleden nog even sterk gelden, of zelfs sterker, ziet SNPI geen toekomst in het herinvoeren van de Vermogensaanwasdeling. Mirjam de Rijk praat te nostalgisch over “de goeie ouwe vermogensaanwasdeling”. Dit terwijl zelfs de initiatiefnemers (Slooff, Boersma) het achteraf als een grote illusie en een onrealistisch plan zagen. Natuurlijk zien wij, net als Mirjam de Rijk, dat de lonen in Nederland laag zijn, terwijl de winsten van ondernemingen groeien. Echter, het invoeren van zo’n nationaal collectief plan is in onze ogen zeker niet de oplossing. Een veel beter alternatief is om delen in het bedrijfsvermogen door medewerkers op bedrijfsniveau te stimuleren. Dit levert namelijk een win-win op voor zowel bedrijf als medewerkers en daarmee zijn de drie praktische bezwaren grotendeels van tafel. Het gaat om een vrijwillige oplossing, sluit naadloos aan bij de bepaling van de aandeelhouderswaarde en geeft deelnemers zeggenschap, als individuele aandeelhouders of collectief via een STAK, en directe deling in de vermogensaanwas.

Rol van de overheid

We zien zeker wel dat de overheid een rol kan nemen in het fiscaal stimuleren van financiële participatie. Landen om ons heen laten zien dat dat effect heeft. Mogelijke indieners van dit soort plannen nodigen we dan ook van harte uit om in gesprek te gaan met SNPI en met de ondernemingen in het SNPI-platform om te komen tot voorstellen die echt werken in de praktijk.

SNPI gelooft in het verbeteren van de samenleving door werknemersparticipatie te promoten op bedrijfsniveau. Hoe doen wij dat? In minder dan een minuut vatten wij het hier samen: 

Bent u benieuwd naar wat SNPI is en wat wij precies doen? Of wilt u weten of werknemersparticipatie bij uw onderneming past? U kunt altijd contact met ons opnemen via mail@snpi.nl of door te bellen naar 030- 75 31 462.