Prinsjesdag is voor mij altijd zo’n moment waarop ik met extra aandacht naar de fiscale plannen kijk. Vooral naar wat ze betekenen voor ondernemers die hun medewerkers mede-eigenaar willen maken.
Dit jaar zie ik reden voor optimisme. De fiscale regeling voor aandelenopties bij startups en scale-ups is een belangrijke stap vooruit. Ook de beweging richting een vermogenswinstbelasting in box 3 kan goed uitpakken voor medewerkersaandeelhouders.
Tegelijkertijd blijft er onzekerheid. En juist daar ligt een belangrijke opdracht: als we willen dat medewerkersparticipatie verder groeit, moeten we het eenvoudiger en voorspelbaarder maken.
De nieuwe fiscale regeling voor aandelenopties bij startups en scale-ups is opgenomen in de plannen. De belastingheffing wordt uitgesteld tot het moment waarop de aandelen daadwerkelijk worden verkocht. Daarnaast wordt onder de voorgestelde regeling 65% van het voordeel in de belastingheffing betrokken.
Daarmee wordt een belangrijk knelpunt aangepakt: voorkomen dat medewerkers al belasting moeten betalen over hun aandelen terwijl zij de waarde daarvan nog niet daadwerkelijk hebben kunnen verzilveren.
Dat is precies het soort drempel waar we bij SNPI al jaren aandacht voor vragen.
Het is een eerste stap in de juiste richting. Alleen geldt de regeling specifiek voor kwalificerende startups en scale-ups. Wat mij betreft moeten we verder kijken. Want ook mkb-bedrijven en grotere ondernemingen willen medewerkers laten delen in de waarde die zij samen creëren.
Minder enthousiast ben ik over het voortdurende gesteggel rond box 3. Het nieuwe stelsel moet volgens de huidige planning in 2028 ingaan, terwijl het kabinet nu aangeeft toe te willen werken naar een vermogenswinstsystematiek.
En onzekerheid stimuleert nooit. Medewerkersparticipatie gaat bij uitstek over de lange termijn. Ondernemers en medewerkers moeten daarom kunnen begrijpen en voorzien wat de fiscale gevolgen zijn.
De beweging richting een vermogenswinstbelasting vind ik wél positief. Bij een vermogensaanwasbelasting kan belasting worden geheven over een waardestijging die nog niet is gerealiseerd. Bij een vermogenswinstbelasting sluit de heffing over de waardeontwikkeling aan bij het moment waarop de winst daadwerkelijk wordt gerealiseerd.
Voor medewerkersaandelen in niet-beursgenoteerde ondernemingen past dat naar mijn mening veel beter. Als we medewerkers willen stimuleren om voor langere tijd mede-eigenaar te worden van de onderneming waar zij werken, moeten we voorkomen dat zij tussentijds belasting moeten betalen over een papieren waardestijging die zij nog niet kunnen verzilveren. De richting is dus hoopgevend. Nu komt het aan op de uitwerking.
Dat er behoefte is aan goede spelregels, blijkt ook uit eerder onderzoek van de Universiteit Utrecht (2024), uitgevoerd in opdracht van SNPI. Inmiddels biedt 17% van de onderzochte bedrijven medewerkersparticipatie aan. In het mkb constateerden de onderzoekers een stijging van vier procentpunt ten opzichte van het eerdere onderzoek. Tegelijkertijd geeft 88% van de ondervraagde managers aan nog niet, nauwelijks of slechts een beetje bekend te zijn met medewerkersparticipatie.
Daar ligt een enorme kans.
Want in gesprekken met ondernemers merk ik dat het enthousiasme er vaak is. De drempels ontstaan daarna: hoe richt ik het in? Hoe bepaal ik de waarde van aandelen in een niet-beursgenoteerd bedrijf? Wat betekent het fiscaal? En hoe verloopt de afstemming met de Belastingdienst?
Een ondernemer die zijn medewerkers mede-eigenaar wil maken, moet geholpen worden om dat zorgvuldig te doen. Niet verdwalen in regeldruk.
Daar zetten we ons vanuit SNPI al jaren voor in. We brengen fiscale en praktische knelpunten rond financiële medewerkersparticipatie onder de aandacht bij politiek, beleidsmakers en de Belastingdienst.
Daarnaast werken we samen met deskundigen uit de waarderingspraktijk aan duidelijke en werkbare richtlijnen voor de waardering van niet-beursgenoteerde ondernemingen.
Het doel is vooral praktisch: bedrijven en medewerkers meer houvast geven over hoe de waarde van aandelen wordt vastgesteld en tegelijkertijd bijdragen aan een transparantere en meer voorspelbare waarderingspraktijk richting de Belastingdienst. Zo willen we onzekerheid vooraf verkleinen en financiële medewerkersparticipatie eenvoudiger en toegankelijker maken.
Precies daarover gaan we verder tijdens de Dag van de Medewerkersparticipatie op 19 november in Paushuize in Utrecht.
De Dag van de Medewerkersparticipatie is er voor ondernemingen en medewerkers die meer willen weten over mede-eigenaarschap. Of je nu nog onderzoekt of medewerkersparticipatie bij jouw onderneming past, midden in de invoering zit of al jaren een regeling hebt: deze dag draait om leren van de praktijk en van elkaar.
Zo delen onder andere ULC Installatietechniek, Steiger B, Holland Colours en Stella Groep hun ervaringen. Hoe hebben zij het aangepakt? Waar liepen ze tegenaan? En wat heeft mede-eigenaarschap hun organisatie gebracht?
Ook gaan we in op de praktische drempels, waaronder de waardering van niet-beursgenoteerde ondernemingen.
Want medewerkersparticipatie groeit niet alleen door goede wetgeving. Het groeit als ondernemers zien hoe het kan, bedrijven ervaringen delen en we samen fiscale en praktische obstakels wegnemen.