Blog

Hoe blijft uw onderneming jong?

Geschreven door Pascale Nieuwland-Jansen | maandag 16 maart 2015

Afgelopen maandag ging ik met mijn oudste dochter van 8 naar het concert van Katy Perry in Amsterdam. Voor haar was het de eerste keer dat zij bij een concert was. De kaartjes had ze al sinds september – gekregen voor haar verjaardag. Voor iemand van 8 duurt een half jaar een eeuwigheid. Haar lange wachten werd beloond met een topavond. 

Door Pascale Nieuwland-Jansen                                                            

Ook voor mij was het een topavond. Zonder mijn dochter en Katy Perry-fan had ik zelf nooit die waanzinnige show gezien. Misschien had ik de muziek van Katy Perry zelfs nauwelijks leren kennen. Zo werkt het altijd en overal. Je hebt anderen en je omgeving nodig om nieuwe dingen te ontdekken en te ervaren. Dat geldt niet alleen voor muziek, maar ook voor je vakgebied of je onderneming. Ook u heeft uw omgeving nodig voor inspiratie. U luistert naar adviseurs, leest de kranten en wellicht ook af en toe een paar boeken, gebruikt de televisie, internet, uw netwerk en ga zo maar door. Nieuwe ideeën en inspiratie kunnen uit allerlei hoeken komen.

Inspiratie van binnen
Het valt ons op dat DGA’s, die aangeven dat ze dolgraag iets met financiële participatie zouden willen doen, toch vaak bang zijn om hun medewerkers stemrecht te geven. Ze willen wel graag dat hun mensen met ideeën komen, maar schrikken ervoor terug als medewerkers ook mee beslissen. De vraag is of er een geïnspireerde onderneming ontstaat, als medewerkers alleen vrijblijvend mee mogen denken. Bij medewerkersparticipatie verwacht u van uw mensen dat zij brood zien in de onderneming en op de een of andere manier geld investeren in uw en hun bedrijf. En dan is het ook reëel om daarvoor een stukje medezeggenschap terug te geven, waardoor de ideeën en het meedenken minder vrijblijvend worden – van twee kanten.

Participatieve cultuur
Misschien denkt een DGA die terugschrikt van stemrecht ook te veel aan formele vergaderingen of aan politieke spelletjes. Nog afgezien van de vraag hoeveel zeggenschap de medewerkers formeel in handen krijgen – dat is immers gebonden aan het percentage aandelen  –  gaat het hier vooral om twijfel over hoe deze zeggenschap vorm te geven.  Financiële participatie werkt het best als de zeggenschap concreet vanaf de werkvloer wordt opgebouwd. Een mede-aandeelhouder, die werkzaam is binnen de onderneming, wordt voor een deel medeondernemer. Hij of zij kan leren zien hoe dagelijkse beslissingen op de werkvloer hun effect hebben op het ondernemingsresultaat. Hij of zij kent de strategische koers van de onderneming en kan mee vormgeven aan de uitwerking daarvan in de dagelijkse gang van zaken. Deze medewerker krijgt regie over het werk, waar dat kan. Financiële participatie functioneert optimaal in een bedrijfscultuur die medewerkers uitnodigt en uitdaagt om dagelijks, op de werkvloer, mee te denken over en mee te zoeken naar oplossingen en beslissingen die het bedrijfsresultaat positief beïnvloeden.

Iets nieuws proberen
Een onderneming die zich wil blijven ontwikkelen en ‘verjongen’ zal open moeten staan voor en ruimte moeten geven aan nieuwe ideeën en nieuwe generaties. En dat betekent ook dat je soms voor een deel het stuur uit handen moet durven geven aan anderen. Dat betekent niet dat medewerkers de regie helemaal overnemen. Een DGA kan precies bepalen hoeveel procent van de aandelen in handen komt van medewerkers en kan ook de aandelen voor medewerkers onderbrengen bij een stichting (STAK) waarvan het bestuur meepraat als aandeelhouder en niet de individuele medewerkers. Het betekent wel dat u af en toe het lef moet hebben om mee te gaan naar dat concert, waar u niet van te voren van weet hoe u het zult ervaren. Alles wat nieuw is lijkt eng, maar is het vaak niet. Nieuwe dingen durven, betekent flexibel blijven, blijven ontwikkelen en op tijd een nieuwe way of doing business  aangaan.